|
Op 28 maart 2008 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan ter zake van het cassatieberoep door Dexia tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam.
Het begon met de uitspraak van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam op 9 december 2004. Die had namelijk de vordering toegewezen op de grond dat de effectenlease-overeenkomst gekwalificeerd kunnen worden als overeenkomsten van huurkoop. Dat betekent dat een beroep kan worden gedaan op art. 1:88 BW (de toestemming, althans het ontbreken daarvan, van echtgenoot/echtgenote). Die toestemming moet op grond van art. 1:88 lid 3 BW schriftelijk verleend worden.
Dexia was het daar niet mee eens en heeft de zaak aan het Gerechtshof te Amsterdam voorgelegd. Het hof heeft echter de uitspraak van de kantonrechte bevestigd. Die uitspraak is te vinden op rechtspraak.nl, LJN AZ9721.
Dexia kon zich daar niet bij neerleggen en heeft cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad heeft op 28 maart 2008 arrest gewezen en het cassatieberoep verworpen. Het belangrijkste is dat de Hoger Raad heeft bevestigd dat de effectenlease-overeenkomst een overeenkomst van huurkoop is. Tevens heeft de Hoge Raad bevestigd dat art. 1:88 BW van toepassing is, op grond waarvan de overeenkomst geheel wordt vernietigd. De uitspraak van de kantonrechter te Amsterdam is daardoor onherroepelijk geworden. De uitspraak van de Hoge Raad is te vinden op rechtspraak.nl, LJ N BC2837.
Marc Backx
april 2008
|