OM niet-ontvankelijk in strafproces Hells Angels
 
Vorig jaar begon op 29 oktober 2007 voor de rechtbank Amsterdam de behandeling van de strafzaak tegen 22 (leden en ex-leden van de) Hells Angels. Zij werden beschuldigd van het vormen van een criminele organisatie die zich zou bezighouden met drugs-, wapens- en geweldsdelicten. Ondergetekende stond in Amsterdam één van de verdachte Hells Angels bij.

Na 7 weken haalde de rechtbank op 20 december 2007 een streep door de zaak omdat een groot aantal verslagen van afgeluisterde gesprekken tussen advocaten en verdachten niet waren vernietigd zoals de regelgeving voorschrijft.

Artikel 126aa lid 2 Strafvordering regelt de vernietiging van zogeheten geheimhoudersgesprekken. In een 2-tal instructies (maart 2002 en januari 2007) van het College van procureurs-generaal is de procedure beschreven voor deze vernietiging. Voor de goede orde: Het gaat dus niet om het opnemen van deze gesprekken maar om de vernietiging van al opgenomen gesprekken. Ook niet  alle gesprekken met (in dit geval) advocaten zijn geheimhoudersgesprekken. Het gaat om die gesprekken vallend onder het verschoningsrecht: Als een advocaat als getuige naar de inhoud van die gesprekken wordt gevraagd kan hij zich verschonen en hoeft hij die vraag aldus niet te beantwoorden. Grof gezegd: Gesprekken waarbij de advocaat zelf verdachte is of gesprekken niet in de uitoefening van zijn beroep vallen niet onder dit verschoningsrecht. De vernietiging dient zo spoedig mogelijk te gebeuren. De Officier van Justitie geeft een bevel daartoe en van de vernietiging zelf wordt een proces-verbaal opgemaakt.

In deze strafzaak had de betreffende zaaksofficier de vernietiging van geheimhoudersgesprekken nagelaten, ondanks herhaald aandringen van leden van het rechercheteam. Hierdoor kon het team inclusief leden van de CIE (Criminele Inlichtingen Eenheid) jarenlang kennisnemen van de inhoud van deze vertrouwelijke gesprekken. De rechtbank sprak in haar vonnis van ernstige, grootschalige en herhaaldelijke inbreuken door het OM op de regelgeving die het verschoningsrecht moet waarborgen. De burger moet er op kunnen vertrouwen dat wat hij met een advocaat bespreekt ook geheim blijft. Het OM heeft dit vertrouwen geschonden en niet-ontvankelijkheid is daarop de enige passende reactie, aldus de rechtbank.

Het OM vindt niet-ontvankelijkheid een te zware sanctie en is tegen de uitspraak in beroep. De zaak krijgt dus nog een vervolg. Ik heb hier alle vertrouwen in, want nog los van de geheimhoudersgesprekken heeft de verdediging een sterke zaak.

Bijgaand heb ik nog een tekening bijgevoegd van Aloys Oosterwijk van de eerste dagen van het proces. De tekening is eerder gepubliceerd in de Panorama. Voor de belangstellenden: Ondergetekende zit op de linkerrij van advocaten precies in het midden.
 

Hells Angels Broers

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
mr. J.P.R. Broers
februari 2008